Verdriet is misschien wel de emotie waar ouders het moeilijkst mee omgaan. Niet omdat je als ouder niet wil helpen, maar juist omdat je zo graag wilt dat het overgaat Maar verdriet wil niet opgelost worden. Het wil gevoeld worden.
Als je kind verdrietig is, kan dat ook jou raken. Je wilt het pijn wegnemen, iets zeggen dat helpt, of het snel beter maken. Dat is begrijpelijk. Maar soms is het juist dat verlangen om het op te lossen dat je kind in de weg staat.
Verdriet is geen probleem
We leven in een cultuur die geluk hoog in het vaandel heeft. Verdriet voelt daarin al snel als iets dat er niet mag zijn, of in ieder geval zo snel mogelijk weg moet. Voor kinderen is dat verwarrend. Ze voelen iets heftigs van binnen, en merken om zich heen dat dat gevoel liever niet gezien wordt.
Maar verdriet is geen teken dat er iets mis is met je kind. Het is een gezonde, menselijke reactie op verlies. Verlies kun je daarbij heel breed zien, denk bijvoorbeeld aan afwijzing van een vriendje, het overlijden van een huisdier, een verwachting die anders is dan gehoopt of een fijn moment dat voorbij is. Hoe klein dat verlies van buitenaf ook lijkt, voor je kind is het echt.
Wat er in het lichaam gebeurt
Net als bij boosheid is het stresssysteem actief als een kind verdrietig is. Het brein is niet in staat om te redeneren of oplossingen te bedenken. Wat een kind op dat moment nodig heeft, is geen uitleg, maar aanwezigheid.
Verdriet heeft ruimte nodig om te kunnen zakken. Dat gaat niet sneller door het te onderdrukken of af te leiden, maar juist door het te mogen voelen.
Wat helpt op zo’n moment?
- Wees gewoon aanwezig. Soms hoef je niets te zeggen. Je aanwezigheid, een hand op de schouder of gewoon even naast je kind zitten, dat is al heel veel. Je kind hoeft niet alleen te zijn met wat het voelt.
- Benoem wat je ziet. “Je bent verdrietig.” “Dit doet echt pijn, hè?” Simpele woorden die erkennen wat er is, zonder het weg te willen praten. Dat geeft je kind het gevoel: mijn gevoel klopt, ik word gezien.
- Stel geen oplossingen voor in het moment zelf. “Het komt wel goed” of “Er zijn nog andere vriendjes” is goedbedoeld, maar maakt het verdriet kleiner dan het voor je kind voelt. Wacht met geruststellen tot je kind er zelf aan toe is.
- Laat tranen toe. Huilen is geen zwakte. Het is een manier waarop het lichaam spanning loslaat. Een kind dat mag huilen, leert dat emoties veilig zijn en dat ze overgaan.
Wat kun je doen na het verdriet?
Als de rust is teruggekeerd, is er ruimte voor een gesprek.
- Vraag wat er gebeurd is, zonder oordeel. Laat je kind het verhaal vertellen op zijn of haar eigen manier.
- Benoem dat verdriet er mag zijn, en dat het normaal is om soms verdrietig te zijn.
- Vraag wat je kind nodig heeft wanneer het verdrietig is en wat een volgende keer kan helpen. Samen knuffelen, even rustig zijn, of juist afleiding zoeken. Elk kind is anders.
En jij als ouder?
Het verdriet van je kind raakt je. Soms omdat je de pijn wil wegnemen, soms omdat het iets van jezelf raakt, denk bijvoorbeeld aan een eigen verlies of eigen verdriet dat je misschien nooit goed de ruimte hebt gegeven.
Dat is ook helemaal geen zwakte. Het maakt je menselijk. Maar het helpt om je bewust te zijn van het verschil: is dit mijn gevoel, of dat van mijn kind? Soms is het allebei. En ook dat mag.
Tot slot
Een kind dat mag verdrietig zijn, leert dat emoties veilig zijn. Dat ze komen en gaan. Dat het niet alleen hoeft te dragen wat zwaar is.
Jij hoeft het verdriet niet op te lossen. Je hoeft er alleen maar te zijn.


